Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Emotionele erfenis

Vriendelijke veertigers, alle drie, ooit door het lot en de liefde samengebracht. Nu zitten ze met stuurse gezichten tegenover me. Ondanks een testament komen ze er niet uit met de erfenis. Al maanden is het een getouwtrek en gedoe. Of ik als (boedel)gevolmachtigde de zaken voor hen kan afwikkelen, want dit leidt tot niks.

De vader van de twee jongens – mannen inmiddels – heeft in de jaren tachtig zijn vermogen vergaard als eigenaar van een keten wegrestaurants. Na de vroege dood van zijn vrouw is hij hertrouwd. Zijn tweede echtgenote had al een dochter uit een eerder huwelijk. Toen: twee kersverse echtelieden en drie pubers in een nieuw samengesteld gezin. Dertig jaar later: twee overleden ouders en drie volwassenen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen.
“Onze ouders waren gelukkig samen”, dat beamen ze alle drie. Maar, zo wordt al snel duidelijk, onderling hebben ze weinig met elkaar. Nu ja, ze delen wantrouwen. Wantrouwen dat in de afgelopen maanden flink is opgelaaid. Want hoe moet het met de erfenis, het bezit dat vader vergaard had en waar (stief)moeder, volgens de zoons, part noch deel aan heeft gehad? Wat moet er met het huis? De inboedel, de kostbare spullen? Wat was nou helemaal de inbreng van (stief)moeder geweest? Het was hún vader, menen de zoons.

        ”Onderling hebben ze weinig met elkaar gemeen. Nu ja, ze delen wantrouwen.

“Niet alles is uit te drukken in spullen of geldwaarde”, had de dochter voorzichtig ingebracht. “Wat zeur je dan nog over jouw deel”, was het lompe antwoord geweest van één van de zoons. “Dit gáát over geld en
spullen!” Een taai proces, maar het lukt. Het huis wordt verkocht, de boedel getaxeerd en geveild, de opbrengsten verdeeld, zoals ook de persoonlijke kostbaarheden. Ieder zijn rechtmatig deel, met aandacht voor de onderliggende gevoeligheden die regelmatig op tafel komen.
Zonder ruzie en naar tevredenheid zetten ze uiteindelijk hun handtekening. Ze kunnen verder. “Zonder u hadden we het niet gered”, zeg één van de zoons na de laatste paraaf. “In ieder geval niet zonder een extra emotionele erfenis en een voorgoed verstoorde relatie”, antwoord ik.
Als ik ze nakijk weet ik weer waarom ik dit zo’n mooi vak vind.